Toelichting bij elke tabel:
B=bevorderd op basis van de cijfers,
A=afgewezen op basis van de cijfers
D=discussie: na discussie in de docentenvergadering wordt eenbeslissing genomen.
Tekorten: een 5 is één tekort, een 4 is 2 tekorten enz.
C1a Bevorderingsnormen van klas 1 naar klas 2
|
onvoldoendes
|
totaal aantal punten |
klas 1 naar klas 2 |
|
D |
A |
|
Geen |
|
X |
|
|
|
5 of 5,5 of 4 |
|
X |
|
|
|
5,4 of 3 |
P≥81 |
X |
|
|
|
p=78,79,80 |
|
X |
|
|
P<78 |
|
|
X |
|
5,5,5 |
P≥84 |
X |
|
|
|
p=81,82,83 |
|
X |
|
|
P<81 |
|
|
X |
|
4,4 of
3,5 of
5,5,4 |
|
|
|
|
|
P≥84 |
|
X |
|
|
P<84 |
|
|
X |
|
In alle andere gevallen kan een leerling niet worden bevorderd |
C1b Bevorderingsnormen van klas 2 naar klas 3
|
onvoldoendes
|
totaal aantal punten |
klas 2 naar klas 3 |
|
D |
A |
|
Geen |
|
X |
|
|
|
5 of 5,5 of 4 |
|
X |
|
|
|
5,4 of 3 |
P≥87 |
X |
|
|
|
p=84,85,86 |
|
X |
|
|
P<84 |
|
|
X |
|
5,5,5 |
P≥90 |
X |
|
|
|
p=87, 88, 89 |
|
X |
|
|
P<87 |
|
|
X |
|
4,4 of
3,5 of
5,5,4 |
|
|
|
|
|
P≥90 |
|
X |
|
|
P<90 |
|
|
X |
|
In alle andere gevallen kan een leerling niet worden bevorderd |
Voor bevordering naar klas 3 Atheneum geldt bovendien:
Minimaal 7.0 gemiddeld (97 punten totaal) en maximaal 1 tekortpunt (=één 5)
C2 Bevorderingsnormen van klas 3 naar klas 4
|
Onvoldoendes
|
naar klas 4 |
|
B |
D |
|
Geen, of 5 of 4 of 3 of 5,5 of 5,4 |
X |
|
|
5,3 of 4,4 of 4,3 of 5,5,5 of 5,5,4 of 5,5,5,5 |
|
X |
|
In alle andere gevallen zal een leerling niet bevorderd worden naar klas 4 |
C3 Bevorderingsnormen van klas 4 naar klas 5
- Er wordt in klas 4 onderscheid gemaakt tussen ‘grote’ examenvakken en overige vakken (gd, l.o., ckv, maatschappijleer (havo) en ANW (ath.)
- Voor de ‘overige vakken’ wordt een combinatiecijfer gemaakt, dat alleen van belang is bij het bepalen van het gemiddelde (zie tabel): de cijfers van deze vakken worden dan als één gemiddeld cijfer meegenomen in de berekening van een gemiddelde
- Er is een ondergrens van cijfer 4 voor elk van de ‘overige vakken’ apart: een 3 voor één van deze vakken betekent dat de leerling niet kan worden bevorderd.
- De overgangsregeling kent geen discussiemarge en ziet er zo uit:
|
B |
A |
Totaal |
|
X |
|
geen onvoldoende of 1 tekort |
|
X |
|
2 of 3 tekorten
Bij de berekening van het aantal tekorten telt elk vak apart mee, ook de zogenaamde ‘overige vakken’
|
Gemiddelde ≥ 6,0 **
Dit wordt berekend door het gemiddelde te berekenen van de eindcijfers voor de vakken, afgerond op 1 decimaal.
Ook het combinatiecijfer wordt zo berekend en vervolgens als één van de cijfers meegerekend (zie punt 2). |
|
X |
Alle ander gevallen |
C4 Bevorderingsnormen van A5 naar A6
- Er wordt in klas 5 onderscheid gemaakt tussen ‘grote’ examenvakken en overige vakken (gd, l.o., ckv, maatschappijleer)
- Voor de ‘overige vakken’ wordt een combinatiecijfer gemaakt, dat alleen van belang is bij het bepalen van het gemiddelde (zie tabel): de cijfers van deze vakken worden dan als één gemiddeld cijfer(onafgerond) meegenomen in de berekening van een gemiddelde
- Er is een ondergrens van cijfer 4 voor elk van de ‘overige vakken’ apart: een 3 voor één van deze vakken betekent dat de leerling niet kan worden bevorderd.
- De overgangsregeling kent geen discussiemarge en ziet er zo uit:
|
B |
A |
Totaal |
|
X |
|
geen onvoldoende of 1 tekort |
|
X |
|
2 of 3 tekorten
Bij de berekening van het aantal tekorten telt elk vak apart mee, ook de zogenaamde ‘overige vakken’
|
Gemiddelde ≥ 6,0 **
Dit wordt berekend door het gemiddelde te berekenen van de eindcijfers voor de vakken, afgerond op 1 decimaal.
Ook het combinatiecijfer wordt zo berekend en vervolgens als één van de cijfers meegerekend (zie punt 2). |
|
X |
Alle ander gevallen | |