| “De jeugd is opvliegend en tegendraads’, 'zij tiranniseert haar opvoeders en leermeesters,
de jeugd van tegenwoordig houdt van luxe, heeft slechte manieren en veracht alle gezag.”
Zo begon ik mijn toespraak tijdens een apolitieke verkiezingsbijeenkomst. Het is een uitspraak van Aristoles, uit zijn verband gerukt en wordt vaak gebruikt om te laten zien dat er niets nieuws is onder de zon. Toch zijn er ontwikkelingen die het extra belangrijk maken dat we ook de jeugd betrekken bij de gemeenteraadsverkiezingen.
De samenleving is uiteen te vallen. Velen van ons zijn verhuisd naar een omgeving waar niet de roots liggen, zonder binding.
De samenleving wordt individualistischer. Leerlingen moeten zelfstandiger worden en hun talenten ontplooien. De keerzijde is, dat er een afnemende binding is met de maatschappij en de sociale omgeving.
Onze samenleving wordt steeds pluriformer. Juist dan moeten we ervoor zorgen dat mensen een grotere betrokkenheid bij elkaar en de samenleving nodig hebben.
Een groeiend probleem dat wij signaleren is dat jongeren steeds meer fundamentalistische ideeën ontwikkelen. We constateren dat ze vaak aan het nápraten zijn.
En hoe spelen de gemeenteraadsverkiezingen hier nu een rol in?
Uitgangspunt is de pedagogiek en didactiek. Als je jongeren iets wilt leren, moet je aansluiten bij hun leefwereld. Als wij onze leerlingen willen vertellen dat democratie een groot en kostbaar goed is dat moet worden verdedigd, dat meer dan de helft van de wereldbevolking in een dictatuur leeft, is dat behoorlijk abstract.
Daarom moet je beginnen met de gemeenteraadsverkiezingen. Ouders moeten thuis met respect over de politiek praten, uitleggen waarom we beslissingen in handen van een aantal vertegenwoordigers hebben gelegd. Ook moeten we uitdragen dat democratie belangrijk is, dat een democratie ook inhoudt dat je met de mening van minderheden rekening moet houden, dat de dictatuur van de meerderheid ook een dictatuur is.
Tenslotte is het belangrijk dat jongeren weten wat de ideeën achter de partijen zijn. Laten we ze vooral ook wijzen op de rol die de media spelen, of hoe partijen tegenwoordig gebruik maken van de media om de mening van de mensen te beïnvloeden. We kunnen niet genoeg doen om tegen die gevaren te waarschuwen.
Onderwijs is niet waardenvrij. Ik ben er trots op dat docenten op mijn school bewust stelling nemen tegen Wilders: dat wat hij doet, niet in overeenstemming is met wat de Bijbel ons leert. Hij zaait haat en zet bevolkinggroepen tegen elkaar op.
Ik besluit ook met Aristoles: “Verder zijn ze niet cynisch maar goedmoedig, doordat ze nog niet van veel slechtheid getuige geweest zijn. Zo zijn ze ook lichtgelovig omdat ze nog niet dikwijls bedrogen zijn. En ze zijn hoopvol. Ze zijn tevens grootmoedig, omdat ze nog niet vernederd zijn door het leven.” |