Op mijn vorige weblog over de bijdrage van het onderwijs aan de economische groei kreeg ik veel commentaar. Het onderwijs is toch meer dan economie? Mijn critici hebben gelijk. Er is meer dan economie. Al zou je dat op het eerste gezicht niet zeggen.
In het onderwijs draait alles om normen, cijfers, prestatiedoelen en standaarden. Nu is prestatie- en doelgericht werken niet erg. We gaan immers om met gemeenschapsgeld. Wat doorgeslagen is, zijn de vele standaardeisen waar het onderwijs aan moet voldoen. Bij het omzetten van die eisen in vakgerelateerde doelen blijft er te weinig ruimte over voor de persoonlijke en sociale ontwikkeling van leerlingen. En dat is juist een van de fundamenten van onze samenleving. Dat fundament vertoont scheuren. De samenleving dreigt uit elkaar te vallen. Het kapitalisme stelt eigenbelang boven het gemeenschappelijk belang. Men is meer gericht op eigen consumeren dan op het zich inzetten voor de gemeenschap. Naast deze versnippering op macroniveau is er ook versnippering op microniveau. Dertig procent van onze leerlingen heeft te maken met verschillende ouders en meerdere gezinnen. Zij wisselen constant van woning. Zij hebben geen kans om sociaal kapitaal op te bouwen. Dat alles heeft effect op hun leerprestaties; immers, voor goede leerresultaten is ook een emotionele betrokkenheid en stabiele thuissituatie nodig.
De politiek reageert door nog hogere vakinhoudelijk standaardeisen te stellen. Het ware beter geweest als zij het onderwijs de ruimte had gegeven de gemeenschapszin, het sociaal kapitaal, bij onze leerlingen te ontwikkelen. Daar komt bij dat daardoor onze leraren niet worden gezien als hoogopgeleide vakkundige kenniswerkers, maar als uitvoerders van die standaardeisen.
Den Haag vergeet dat onze leraren door hun opleiding en professionele ontwikkeling een helder idee hebben van de kennismaatschappij waarin hun leerlingen leven en straks werken. Natuurlijk vinden ze hun vak belangrijk en zullen ze zorgen voor goede examenresultaten Tegelijkertijd bereiden ze de leerlingen voor op de kennismaatschappij door bij hen capaciteiten te ontwikkelen zoals ‘leren leren’, creativiteit en inventiviteit. Daarnaast en bovenal brengen ze iets bij wat marktpartijen laten liggen: gemeenschapszin. De markteconomie is uitstekend geschikt om rijkdom te creëren, maar kan niet in dit soort behoeften voorzien.
Het onderwijs moet meer middelen krijgen om die andere sociale behoeften te vervullen. Wij bereiden immers de jongere generatie voor op de toekomst door hun bepaalde waarden aan te leren, een open tolerante mentaliteit en het besef van verantwoordelijkheid voor de samenleving.
Dat is niet zomaar het verschil maken, maar voorkomen dat de samenleving verder uit elkaar valt.